DEPRESSIE EN ZELFDODING BIJ OUDEREN

 

 

INDEX VAN DEZE PAGINA

1. VOORWOORD
2. ZORG DEPRESSIEVE OUDEREN SCHIET TEKORT EN
HUISARTS MIST DIAGNOSE BIJ TWEE VAN DE DRIE OUDEREN

(Epedemioloog dr. Els Licht)
3. MEVROUW VAN VEEN IS DEPRESSIEF...  
(5 kortfilmpjes)
4. HOGE DREMPEL BIJ OUDEREN OM PSYCHISCHE PROBLEMEN TE BESPREKEN
(SocMut)
5. ZELFDODING BIJ OUDEREN (reportage Koppen)
ZELFMOORDCIJFER BEJAARDE MANNEN HOOG IN BELGIË (VRT-journaal)
6. KENMERKEN VAN EEN DEPRESSIE BIJ OUDEREN
(dr. Erik Lambrecht, specialist in de geriatrie)
7. ZELFDODING BIJ OUDEREN: EEN ZINGEVINGSPROBLEMATIEK
(ouderenpsychiater dr. Filip Bouckaert)
8. GOED GESPREK NET ZO EFFECTIEF ALS ANTIDEPRESSIVUM?
(reportage Zembla)
9. PERSARTIKELEN:
       • Depressieve ouderen krijgen vaker hartaanval
       • Vervotte maakt geld vrij voor psychologen in rusthuizen
       • Meer aandacht nodig voor levensmoeheid van ouderen
       • Depressie drijft bejaarde tot zelfmoord
       • Koning vraagt aandacht voor zelfmoord en geweld tegen bejaarden
       • Zelfmoord is nooit normaal
10. LINKS


zie ook verwante pagina 'EUTHANASIE EN STERVENSBEGELEIDING'
 

 

 

1. VOORWOORD

 

Ouderen moeten veel gevoelens van verlies verwerken. Door de jaren heen zijn allerlei mensen die hen dierbaar waren gestorven, hetgeen verdriet en rouw met zich meebrengt en het alleen zijn doet toenemen. Maar ook het doorworstelen van het verlies van een eigen vertrouwde woonomgeving, autonomie, inkomen, gezondheidsproblemen zoals handicap of een chronische ziekte, de fysieke aftakeling en verminderde vaardigheden, is geen sinecure. Tel daarbij nog het gedwongen moeten aanvaarden van een groeiende afhankelijkheid om je te moeten laten wassen, kleden en naar het toilet te helpen.  En als bewoners van een rusthuis voelen ze zich vaak vervreemd van een samenleving met normen die niet de hunnen zijn. Ze voelen zich niet meer belangrijk...

Wanneer ouderen zorgafhankelijk worden en het niet meer redden om zelfstandig en onafhankelijk te blijven, lopen zij het gevaar geleidelijk hun trots en eigenwaarde in te leveren, en hun betrokkenheid bij het leven te verliezen.

Een onvermogen om het hoofd te bieden aan zoveel bedreigende factoren kan leiden tot somberheid, lusteloosheid, vereenzaming, grote prikkelbaarheid en in zekere mate 'antisociaal' gedrag. Deze verschijnselen kunnen wijzen op een depressie.

Een tijdige herkenning van deze symptomen van depressie en het inspelen op de hulpkreten van mensen met zelfdodinggedachten kan helpen om de toenemende zelfdoding bij ouderen te voorkomen. Een depressie wordt bij ouderen vaak niet herkend. Dat komt omdat de klachten aan de leeftijd worden toegeschreven, maar ook omdat ze verschillen van die bij jongeren. Hierdoor krijgen depressieve ouderen vaak niet de juiste hulp.

Een juiste medicatie, pijnbeheer, begeleiding en ondersteuning
 van familie zijn uiterst cruciaal.

Zowat een derde van de Vlaamse ouderen (75+) is depressief en de cijfers voor zelfdoding voor ouderen zijn zeer hoog. En toch is daar minder aandacht voor. Alsof het 'normaler' is als iemand van zeventig een eind maakt aan het leven. Maar er zitten grote gaten in de hulpverlening. Er is weinig belangstelling om zich in deze groep te specialiseren en ook de preventie is in hetzelfde bedje ziek. Bovendien ervaren ouderen een hoge drempel om psychische problemen te bespreken. Een tijdig herkennen van depressieve symptomen en een psychologische begeleiding van ouderen is dus geen overdreven luxe.

Een onbehandelde depressie is de grootste oorzaak van zelfmoord

terug naar boven

 

2. ZORG DEPRESSIEVE OUDEREN SCHIET TEKORT

 

Huisarts mist diagnose bij twee van de drie ouderen
bron: Blik op Nieuws - 16/04/2008
 

 

Als je luistert, zeg je:
Jij bent belangrijk

(David Dewulf)

Amsterdam - Twee van de drie ouderen met depressieve klachten wordt niet door huisarts herkend. Tweederde van deze groep heeft na een jaar nog steeds klachten. Deze ouderen krijgen zo niet de behandeling voor deze klachten die hun leven draaglijker zou kunnen maken. Dit concludeert huisarts, epidemioloog Els Licht in haar onderzoek waarmee ze 18 april promoveert bij VU medisch centrum.

Depressie komt veel voor bij ouderen die de huisarts bezoeken: één op de vier 55-plussers in de wachtkamer heeft depressieve klachten. Meer dan de helft van hen heeft een ernstige depressie. De huisarts mist de diagnose bij twee van de drie ouderen. Tweederde van hen heeft na een jaar nog steeds klachten. De

Epidemioloog dr.Els Licht:
Wat patiënten het belangrijkst vinden is
dat er af en toe naar ze geluisterd wordt

"Depressies zijn veel vaker behandelbaar dan we denken. En somberheid hoort níét bij het leven, zoals sommige huisartsen zeggen. Dat vind ik veel te gemakkelijk. Je kunt best helpen om het leven van mensen wat draaglijker te maken. Dat kan soms in kleine dingetjes schuilen. Dat er iemand langskomt van de kerk. Of dat je wekelijks vervoer naar een bridgeclubje regelt. In Engeland is onderzocht wat patiënten het belangrijkst vinden, en dat was dat er af en toe naar ze geluisterd wordt."  (bron: H & W)

onderzoekster is daarom somber over de prognose van depressie bij ouderen in de huisartspraktijk. Els Licht volgde ruim drie jaar een groep van bijna 400 depressieve 55-plussers. Gedurende het onderzoek werd de huisarts niet ingelicht over de uitkomsten van de interviews en er werden geen behandeladviezen gegeven. Door middel van dit onderzoek is duidelijk hoe het depressieve ouderen verging.

Depressie bij ouderen is een ernstig maatschappelijk probleem. Depressie is echter een behandelbare aandoening. Een depressie bij ouderen duurt gemiddeld langer dan bij jonger volwassenen. Factoren met een verhogend risico op langdurig ernstige depressieve klachten zijn: een ernstigere depressie, hogere leeftijd, bijkomende angststoornis, depressie in de familie, eerdere depressie en verminderd functioneren in het dagelijks leven. Door de vergrijzing en de toename van het aantal mensen met lichamelijke beperkingen, is het noodzakelijk de zorg voor depressieve ouderen te verbeteren.

terug naar boven

 

3. 5 KORTFILMPJES

 


Somber, verdrietig en alleen.  Beleef hoe Mevrouw Van Veen
 na een depressie weer kleur krijgt in haar leven...
(bron: parnassia.nl - psycho-medische zorg)

5 kortfilmpjes schetsen een voorbeeldverloop van een depressie
 die wordt doorprikt dankzij externe hulp...
 

 

 

 

 

 

1. Mevrouw van Veen alleen

"Wat moet ik met vandaag." Mevrouw Van Veen is weduwe, 2 jaar geleden overleed haar man. Ze piekert veel en heeft moeite om haar bed uit te komen.

 
 
 

 

 

 

 

2. "Je bent dus depressief..."

Dochter treft haar moeder aan met de gordijnen dicht en een stapel post op de deurmat. Haar moeder is somber, verwaarloost zichzelf en ruimt haar huis niet meer op. De dochter vermoedt dat haar moeder depressief is en zoekt hulp via de huisarts.

 
 
 

 

 

 

 

3. De somberheid vermindert

Adviesgesprek psycholoog. De behandeling die hij voorstelt bestaat uit medicijnen en cognitieve gedragstherapie. Door een andere manier van denken aan te leren kan de somberheid verminderen.

 
 
 

 

 

 

 

4. Gewoon doen, niet denken

Bezoek van de Sociaal Psychiatrisch Verpleegkundige (SPV). Door gesprekken met de psycholoog heeft mevrouw geleerd dat ze 'gewoon moet doen, niet zo denken'. Ze kan weer wat genieten van muziek. Haar SPV neemt folders mee over het koor in de Houtrustkerk. Groepsactiviteiten dragen ertoe bij om uit een depressie te komen.

 
 
 

 

 

 

 

5. Nooit meer zo'n zwart gat

Er komt weer meer kleur in het leven van mevrouw van Veen...

 
 
terug naar boven

 

4. ZEKER BIJ OUDEREN IS ER EEN HOGE DREMPEL OM
 PSYCHISCHE PROBLEMEN BESPREEKBAAR TE MAKEN

 

Depressie bij ouderen
bron: SocMut - 1/04/2009

dieper dan een dip
“ De dagen duren te lang, de nachten ook. Als ik in bed lig, staan mijn ogen wijd open; als ik op ben, wil ik gaan liggen. Ik vind geen rust meer. In mijn hoofd woelt de strijd, onafgebroken duiken de gedachten op. Ik denk aan alles en aan niets. Ik kan niet meer nadenken, herinneringen komen en gaan, ze laten mij niet los… het zijn spoken die verschijnen, ongevraagd.
Het is april, dan gaan de mensen aan de slag. De badkamer moet worden geschilderd, de moestuin ligt nog in winterbedden. Ik wil eraan beginnen maar het lukt me niet. Alle energie is weggevloeid, ik voel me slap. Mijn lijf is zonder leven, leeg. Ik zou willen vloeken maar zelfs dat lukt me niet. De ‘verdomme’ wordt alleen nog maar gepreveld.” (vrij naar het boek “Ouder worden. Het leven als antwoord, Luc Van de Ven)

Een depressie bij ouderen kan, net als in andere levensfasen het geval is, van uiteenlopende aard zijn. Ook hier geldt dat depressiviteit (een sombere stemming) in de zin van verdriet een normale menselijke reactie is. Een echte depressie ontstaat echter als het verdriet niet meer verwerkt en overwonnen kan worden. Dit gebeurt eerder als de patiënt in het verleden meer depressieve perioden doorgemaakt heeft of als hij een verhoogde kwetsbaarheid bezit.
Een depressie kan ook bij ouderen spontaan optreden, of ontstaan als gevolg van lichamelijke en psychosociale factoren. Oorzaken op het psychosociale vlak kunnen in deze leeftijdsfase zeker aanwezig zijn: het gevoel nutteloos te zijn, geen toekomstperspectief meer te hebben, gebrek aan sociale contacten, verlies van dierbare personen en in het bijzonder de partner. Het gedwongen isolement versterkt het depressieve gevoel nog eens. Bovendien kan een eenzijdige, onvolledige voeding (vooral op het gebied van vitaminen), een rol spelen.
Ouder worden en oud zijn hoeft niet onplezierig te zijn. Onderzoek heeft uitgewezen dat de ‘lifesatisfaction’, het tevreden zijn met het leven, niet afneemt bij het ouder worden. Maar de ouderdom komt nu eenmaal met gebreken, zowel in lichamelijk als in psychisch opzicht. Een aantal van deze gebreken, bijvoorbeeld de depressie, is wel te behandelen. Juist bij ouderen is onderdiagnostiek en onderbehandeling een cruciaal probleem. Helaas ontbreekt het nog wel eens aan geld en mankracht (artsen en psychiaters die zich met de psychogeriatrie bezighouden) om dit groeiende probleem te lijf te gaan. Ook in de preventieve sfeer zou er meer gedaan kunnen worden.

depressie in cijfers
Vijf procent van de Vlamingen lijdt aan een depressie. Dit komt neer op zo’n 300.000 mensen. De Wereld GezondheidsOrganisatie voorspelt zelfs dat depressie tegen 2020 in de Westerse wereld de tweede meest belangrijke aandoening zal worden (na hart- en vaatziekten). Depressie treft ook ouderen. 10 tot 15% van de ouderen zou aan een milde vorm van depressie lijden terwijl 3% een ernstige depressie doormaakt. Positief in dit verhaal is dat de grote meerderheid binnen de 5 jaar geneest. Behandeling is dus effectief!

dip, down, depri
Het begrip ‘depressie’ wordt heel snel in de mond genomen. Dikwijls wordt depressie gelijkgesteld met een ernstig verdriet na het overlijden van een dierbare of de verhuis naar een rusthuis. Dit verdriet kent een duidelijke aanleiding, is tijdelijk en belemmert het globaal gezond functioneren niet. Bij een echte depressie spreken we echter van een psychiatrisch ziektebeeld. De depressieve persoon zit diep in de put gedurende weken of zelfs maanden zonder vaak een uitlokkende factor te vinden. Een depressie slaat keihard toe en treft de volledige persoon zowel fysiek als in zijn denken, voelen en handelen.

symptomen
De depressieve patiënt heeft een uitgesproken sombere stemming. Gevoelens van pessimisme, wanhoop en uitzichtloosheid nemen de bovenhand. Dit is niet van voorbijgaande aard maar vormt de emotionele grondtoon: alles wordt door een donkere bril beleefd. Een tweede kernsymptoom is het verlies aan interesse en gebrek aan ‘goesting’. Activiteiten zoals de kaartclub waar de patiënt voordien veel plezier aan beleefde, geraken op het achterplan. Niets raakt of ontroert de patiënt nog. Andere signalen zijn een veranderde eetlust, slaapstoornissen, gebrek aan energie, een negatief zelfbeeld, terugkerende gedachte aan de dood en karakterverandering.

moeilijke diagnose bij ouderen
Een depressie verstop je snel achter een façade (gemaskeerde depressie). Zeker bij ouderen is er een hoge drempel om psychische problemen bespreekbaar te maken. ‘Niet klagen maar dragen’, een vroeger gezegde, zit ook ingebakken in hun gedrag. Ouderen durven hun psychische klachten ook wel eens uiten via lichamelijke problemen (hoofdpijn, buikpijn, etc). Ook beschouwen ze depressief gedrag als een deel van de oudere dag. De huisarts, waar een depressieve oudere 7 keer meer langskomt, heeft dus een zware taak: de grens tussen een depressieve oudere en een neerslachtige, dementerende of rouwende oudere is heel moeilijk te trekken. Daarom wordt een depressie vaak niet of pas heel laat ontdekt.

depressie en dementie niet verwarren (spreekuur thuis.nl)
Een depressie is bij ouderen meestal lastig te herkennen. Helaas wordt dan ook wel eens de vergissing gemaakt, dat er sprake zou zijn van dementie. Ouderen met een depressie zijn namelijk vaak wat vergeetachtig en kunnen in een vreemde omgeving gemakkelijk de weg kwijtraken. Deze verschijnselen vloeien voort uit de trage, geremde gedachtegang die een onderdeel is van de depressie. Als dat niet als zodanig herkend wordt, kan men de depressie ten onrechte voor een dementie houden. In dit verband wordt wel eens van een ‘pseudo-dementie’ gesproken. Zoals eerder gezegd, een foutieve benaming, want er is helemaal geen sprake van een dementie.
Depressie en dementie kunnen overigens ook in gemengde vorm voorkomen. Mensen met een beginnende dementie kunnen tegelijkertijd aan een depressie lijden.

risicofactoren
Dé oorzaak van een depressie bestaat niet! Toch gaat iedereen op zoek naar een verklaring. Waarom?
Onderzoek wijst uit dat genetische factoren verantwoordelijk zijn voor 50% van de verschillen tussen mensen in aanleg voor depressie. Vrouwen zijn eveneens gevoeliger voor depressies dan mannen. Zelfs een verkeerd gebruik van medicatie kan risico’s inhouden. De omgeving speelt ook zijn rol. Moeilijke financiële omstandigheden en het gebrek aan een vertrouwenspersoon zijn belastend.
 

ontreddering bij de omgeving
Talloze pogingen om de oudere op te monteren sterven een stille dood. De omgeving wordt radeloos en voelt mede-lijden bij het zien van zoveel ellende. Het gevaar dreigt dat alle plezier, gezelligheid en genot uit het huis verdwijnen en dat de gehele familie depressief begint te functioneren. Partners en kinderen voelen zich schuldig: ‘waarin schiet ik tekort?’ Vaak zien we ook een toenemend isolement bij de partner ten gevolge van de wrede buitenwereld. Deze interpreteert een depressie als een signaal van mank lopende familiale relaties. Dit is een zware terechtwijzing waaronder de omgeving gebukt gaat.

behandeling
Een vroege behandeling zorgt ervoor dat een depressie zich vaak niet volledig ontwikkelt. Een depressie vraagt om professionele hulp. Het ideaal scenario is de combinatie van therapie en medicatie. Een solide behandeling richt zich niet enkel op het terugdringen van de symptomen maar ook op het uitbouwen van een verhoogde weerbaarheid. De behandeling is voor de meerderheid succesvol na enkele maanden. Het is een pijnlijk hoofdstuk in een mensenleven, toch getuigen velen dat ze gesterkt uit een depressie komen. Tijdens die crisismomenten leer je op een gezonde wijze om te gaan met verlies, veranderingen en beperkingen.

tips voor de mantelzorger

●  Luister onvoorwaardelijk zonder advies te willen geven. Veroordeel niet.
●  Bied hulp bij een aantal praktische zaken. Respecteer een trager tempo.
●  Geef hoop en benadruk dat de situatie tijdelijk is.
●  Definieer depressie als een ziekte die de oudere overkomt en waar hij dus zelf geen schuld aan heeft.
●  Help om structuur aan te bieden.

Anneleen De Burck

 

Ouder worden. Het leven als antwoord (Luc Van de Ven)

Bij het Davidsfonds verscheen een basiswerk over psychisch gezond ouder worden: ‘Ouder worden. Het leven als antwoord’ van Luc Van de Ven. Van de Ven is gerontopsycholoog, verbonden aan de Universitaire Ziekenhuizen van de K.U.Leuven. Het boek geeft inzicht in de complexe realiteit van het ouder worden. Oud worden betekent dat men verlieservaringen moet incasseren. Sommigen zullen het met deze verwerking zo moeilijk hebben dat er sprake is van psychisch lijden. Wanneer de oudere lijdt, gaat ook de omgeving hieronder gebukt. De problemen voor kinderen van ouderen die psychisch lijden, zijn vaak erg groot : er is sprake van heel wat stress, soms treft dit een hele familie.
Naast rouw, oud verdriet en depressie komen in dit boek aan bod: dementie, ouderenmishandeling, persoonlijkheidsstoornissen, verslaving...
Ouder worden - Van De Ven Luc - uitgeverij Davidsfonds - ISBN 905826310X - 16,95€

terug naar boven

 

5. ZELFDODING BIJ OUDEREN

 



VRT - Koppen 17/5/2008 -  zelfdoding bij ouderen 

Zelfdoding bij ouderen

Voor veel hoogbejaarden is het overlijden van hun partner een reden om uit het leven te stappen. Ouderen die een zelfmoordpoging ondernemen doen dat meestal drastisch.
Naaste familieleden getuigen over de zelfdoding van hun ouder of partner...
 

 

 

VRT-journaal - 27/02/2007

Zelfmoordcijfer bij
bejaarde mannen hoog

België scoort hoog in de statistieken van zelfdoding. Bejaarde mannen vormen daarbij een grote risicogroep. Heel wat oudere mensen hebben het moeilijk om nog zin te geven aan hun leven.
 

terug naar boven

 

6. KENMERKEN VAN DEPRESSIE BIJ OUDEREN
door dr. Erik Lambrecht, specialist in de geriatrie

 

 

Onderstaande informatie werd overgenomen van de website van dr. geriater Erik Lambrecht en omschrijft depressie bij ouderen op een overzichtelijke en bevattelijke wijze. De website van dr. Lambrecht geeft ook transparant informatie weer over andere ziektebeelden die verwant zijn met ouderdom, zoals dementie, ziekte van Parkinson en Alzheimer, osteoporose, incontinentie, verwardheid, valpreventie,...
U kan de website van dr. Lambrecht bezoeken op
www.geriater-lambrecht.be en wij danken hem voor zijn instemming om deze teksten m.b.t. depressie bij ouderen, op deze pagina over te nemen.

 

1. INLEIDING
2. WAT ZIJN DE SYMPTOMEN VAN DEPRESSIE?
3. VERSCHIL TUSSEN DEMENTIE EN DEPRESSIE
4. ONTSTAAN VAN EEN DEPRESSIE
5. HOE OMGAAN MET DEPRESSIEVE OUDEREN?
6. DENK AAN JEZELF
7. BEHANDELING
 

1. INLEIDING

 

wat is een depressie in het algemeen?
"Ik zie het niet meer zitten". "Het leven heeft geen zin meer". "Het interesseert mij allemaal niet meer". Als je dit ervaart bij jezelf:

●  gevoelens zijn zeer heftig
●  duren dagenlang
●  geen controle meer over jezelf en over je eigen emoties
●  sombere stemming
●  weinig of geen plezier meer beleven aan activiteiten waar men vroeger interesse voor had

Depressie is dan het woord dat de arts zal uitspreken, vooral als deze gemoedstoestand langer dan 14 dagen aansleept, en de meeste van de volgende verschijnselen aanwezig zijn:

●  gebrek aan energie, steeds moe zijn
●  vaak aan zelfmoord of aan de dood denken
●  teveel slapen, of juist last hebben van slapeloosheid
●  concentratieproblemen, besluiteloosheid
●  zonder een dieet te volgen toch op korte tijd vermageren, of juist te vlug zwaarder worden
●  zich schuldig voelen of nutteloos en waardeloos.

depressie bij ouderen
Ouder worden gaat soms gepaard met een complete verandering in je eigen bestaan. VERLIES is het grote woord.

VERLIES

●  pensionering of zijn werk verliezen geeft de persoon soms het gevoel nutteloos te zijn, hij heeft geen doel meer in
    zijn leven. Je hoort hun soms de opmerking maken "WAT LOOP IK HIER NOG TE DOEN".
●  fysieke beperkingen zoals gehoorstoornissen, moeilijkheden om te stappen, problemen met het zicht,
    slaapstoornissen, ziek worden enz.... Dit alles brengt met zich mee dat de persoon meer en meer afhankelijk wordt
     van zijn omgeving
●  het sociale leven verandert door verlies van vrienden, kennissen, partner
●  het verlaten van hun oude, vertrouwde omgeving om naar een serviceflat, rustoord of een rust- en verzorgingstehuis
    te gaan wonen zodat ze hun vroegere sociale contacten praktisch volledig verliezen.

Dit verlies op allerlei vlakken brengt een gevoel van machteloosheid, verdriet, angst, kopzorgen en eenzaamheid met zich mee.

hoe depressie herkennen? (uit artikel "STRAAL 18/04/2007")

Bij ouderen gaan dikwijls concentratieproblemen en lichamelijke klachten gepaard met depressie. De bejaarden hebben nog weinig interesses en voelen zich meestal nutteloos.
Sommige van deze verschijnselen doen aan depressie denken en zijn moeilijk op te sporen. Praat erover met uw behandelend arts.

Depressie bij ouderen opsporen is belangrijk, er is immers iets aan te doen !

Sneller opsporen, aanpakken en liefst voorkomen is de bedoeling van een initiatief van het Centrum Geestelijke Gezondheidszorg (CGG) Zuid-Oost-Vlaanderen. "WIJ willen zoveel mogelijk zorgverleners in de rusthuizen bijbrengen hoe ze depressie bij ouderen kunnen herkennen", zegt psycholoog Yvan De Groote.

Depressie is bij ouderen in veel gevallen te verhelpen. Omdat ze vaak via lichamelijke klachten worden geuit, wordt een depressie niet altijd onderkend met als gevolg soms onnodige medische onderzoeken.

Directeur Wim D'hanis van het CGG Zuid-Oost-Vlaanderen stelt vast dat de drempel naar geestelijke gezondheidszorg voor ouderen erg groot blijft, ouderen zijn moeilijk te bereiken. Het CGG probeert daarom naar de ouderen te gaan. Met het pilootproject van Vlaams minister Inge Vervotte krijgt het die kans.

"Omdat de middelen beperkt zijn, wilden we iets doen waarmee we zoveel mogelijk mensen konden bereiken, de methode van het gistblokje", dixit Yvan De Groote. De personeelsleden in de rusthuizen wordt een vorming aangeboden waarmee ze alert worden gemaakt om depressieve kenmerken te detecteren. Elke vorming wordt voor een 40-tal mensen gehouden. Over depressie moet, het liefst in dezelfde taal, door zoveel mogelijk mensen worden gesproken. De artsen zijn eveneens bij het initiatief betrokken.

Er komt ook een effect in de thuiszorg door het contact van de coördinerende rusthuisarts (CRA of Coördinerend en Raadgevend Arts) met zijn collega's.

Tijdens een twee uur durende vorming leert het rusthuispersoneel nagaan of de bewoners tot de risicogroep behoren of met depressie te maken hebben. "De respons van de rusthuizen is groter dan wat we kunnen aanbieden".

"We zijn in februari gestart en de boekingen zijn niet meer te volgen. Wij kunnen dit aanbod enkel doen voor onze regio, maar willen onze know-how ook voor anderen ter beschikking stellen. En hopelijk kunnen we ons proefproject verlengen" dixit Wim D'hanis.

Einde citaat uit Straal van 18/04/2007

 

2. WAT ZIJN DE SYMPTOMEN VAN DEPRESSIE?

 

Gedragspatroon

●  geen behoefte meer aan sociaal contact en zich
    hierdoor automatisch isoleren en afzonderen.
●  weinig interesse voor persoonlijke verzorging of voor
    zijn omgeving
●  ofwel passief zijn of juist net het omgekeerde,
    overactief, opgewonden en rusteloos zijn
●  opgewonden en rusteloos zijn.
●  de handelingen zijn langzamer.
●  geen initiatief kunnen nemen.
●  teveel drinken (alcohol).
●  toestanden erger maken dan ze zijn, 'van een mug
    een olifant maken'.
●  weinig energie of juist te veel.
●  de dag moeilijk beginnen, daarna verbetert
    de toestand.
●  veelvuldig huilen.

Fysieke kenmerken

●  te veel, of juist te weinig eten.
●  geen zin in seks.
●  slaapstoornissen, zowel  inslaapstoor-
    nissen als doorslaapstoornissen.
●  klachten over pijn: hoofdpijn, maagpijn,
    hartkloppingen, duizeligheid, rugpijn,
    buikpijn (darmen), beven van de handen.

Gedachten

●  sombere gedachten die sterker zijn dan men zelf wil,
    men kan ze niet afremmen.
●  denken aan de dood en zelfdoding
●  problemen met het geheugen, zich moeilijk kunnen
    concentreren
●  wat men vroeger vanzelfsprekend kon, lijkt nu een
    onoverkomelijke hindernis "Ik kan het niet meer"
●  piekeren, geen besluiten kunnen nemen
●  zich constant concentreren op ingebeelde
    lichaamskwalen

Emotioneel

●  zich minderwaardig voelen, gebrek aan
    zelfvertrouwen, onzeker zijn.
●  eenzaam en wanhopig zijn
●  panische angstgevoelens hebben.
●  zich schuldig voelen, beschaamd zijn,
    leegheidgevoel vanbinnen en gevoelens van
    spijt hebben.
●  alles negatief zien, pessimistisch zijn
●  zich nutteloos en waardeloos voelen,
    negatief zelfbeeld
●  geen plezier meer beleven aan dagdagelijkse
    activiteiten.

 

 

Bij ouderen kan een depressie zich op een andere manier uiten,
daardoor denkt men soms aan dementie, dat is verwarrend.

Dementie

●  stoornis van het denken
●  langzame evolutie
●  familie herkent symptomen veel later
●  de persoon zal problemen met geheugen
    ontkennen

Depressie

●  gevoelsstoornis
●  vluggere evolutie
●  familie herkent de symptomen sneller, ziet
    de persoon veranderen
●  de persoon zal klagen over geheugenstoornissen

 

4. ONTSTAAN VAN EEN DEPRESSIE

 

Depressies ontstaan door verschillende factoren die elkaar versterken:
psychische, lichamelijke, omgevings-relationele factoren.

psychische factoren
●  faalangst
●  perfectionisme
●  gebrek aan zelfvertrouwen
●  verdriet ten gevolge van het niet kunnen verwerken van bepaalde gebeurtenissen en ook geen steun kunnen vragen
    aan andere mensen
●  eentonig leven met te weinig afwisseling en weinig aangename gebeurtenissen maken u gevoeliger voor
    depressies

lichamelijke factoren
●  vrouwen hebben twee keer zoveel kans depressief te worden dan mannen
●  personen die op jongere leeftijd, dus voor hun vijfenzestigste levensjaar een depressie hebben gehad, hebben een
    grotere kans om later opnieuw depressief te worden
●  ziekte kan leiden tot depressiviteit: minder mobiel zijn, incontinentie, zich verbaal moeilijker kunnen uitdrukken,
    gezichts- en gehoorsstoornissen, voortdurend pijn lijden zorgen voor een grotere kwetsbaarheid en een grotere
    gevoeligheid voor depressies
●  oververmoeidheid door slapeloosheid breekt je weerstand
●  bepaalde medicatie kan leiden tot somberheid

omgevings- relationele factoren
●  langdurige ziekte van partner of verlies van partner
●  niemand hebben om je eigen moeilijkheden mee te kunnen bespreken
●  problemen bij kinderen, kleinkinderen
●  verhuizing naar een rusthuis
●  geen steun uit de omgeving
●  armoede, wonen onder slechte leef- omstandigheden, wonen in de stad en zich
    daardoor onveilig voelen

 

5. HOE OMGAAN MET DEPRESSIEVE OUDEREN?

 

●  verzamel zoveel mogelijk informatie over depressie
●  ga de persoon opzoeken in de namiddag, 's morgens hebben ze het al moeilijk genoeg om de dag te beginnen
●  van het grootste belang is aanwezig te zijn en te luisteren
●  de persoon op het hart drukken naar de raad van de arts te luisteren, en zijn medicatie strikt in te nemen
●  geen raad geven, want dat valt dikwijls niet in goede aarde.
●  praat over aangename gebeurtenissen van vroeger
●  moedig de persoon aan om bvb. samen eens een wandeling te maken
●  indien de persoon allusie maakt over zelfmoord, vat dit niet te licht op, verwittig desnoods iemand
●  de persoon niet overbeschermen
●  bij elke vooruitgang de persoon aanmoedigen

 

6. DENK AAN JEZELF

 

●  ga niet boven uw eigen limieten
●  tracht uw persoonlijke gevoelens te controleren door de situatie te aanvaarden
●  laat je vroegere activiteiten niet vallen
●  hou sociaal contact
●  laat je niet beïnvloeden door de stemming van een ander
●  ziet u het niet meer zitten neem dan contact met professionele instellingen, of spreek met lotgenoten

 

7. BEHANDELING

 

Een juiste diagnose is van het allergrootste belang. Spreek met je behandelende arts en probeer hierbij niet alleen je lichamelijke klachten vernoemen, durf te zeggen wat erin je omgaat. Een combinatie van psychotherapie en medicatie is aan te raden.

gesprekstherapie
Gesprekstherapie door een psychotherapeut, psycholoog of psychiater betekent is een goede begeleiding voor de depressieve oudere persoon.
Door gespreksbegeleiding krijgt u meer inzicht in uw situatie. U leert vlugger de symptomen herkennen. U leert om te gaan met uw problemen. U krijgt meer weerstand indien er eventueel een nieuwe depressie dreigt aan te komen.
Bij gesprekstherapie wordt soms ook uw partner of familie aangesproken of betrokken.

medicatie
Wanneer de arts het nodig acht zal hij antidepressiva voorschrijven. De bedoeling van deze medicatie is het verstoorde biologisch evenwicht in de hersenen te herstellen.
Zowel opbouw als afbouw van de medicatie gebeurt onder nauwgezet toezicht van de arts. In het begin van de medicatie (opbouw) heeft men nog meer de neiging tot zelfmoordgedachten. Het afbouwen van de medicatie moet geleidelijk aan gebeuren, NIET PLOTS AFBREKEN, zelfs al zijn de symptomen sterk verminderd of zelfs verdwenen.
Er zijn talrijke soorten antidepressiva. Het onderlinge verschil ligt vooral bij het biologisch aangrijpingspunt en bij de eventueel voorkomende nevenwerkingen, zoals:

●  misselijkheid
●  hoofdpijn
●  droge mond
●  sufheid
●  gewichtverlies
●  seksuele stoornissen
●  hartkloppingen
●  constipatie

Soms dienen meerdere antidepressiva te worden uitgeprobeerd of worden combinaties van verschillende medicijnen gegeven om een maximaal effect te bekomen.

Hoe lang behandelen? (bron: Geriatrie Dagelijkse praktijk; Verantwoordelijke uitgever Pfizer N.V.)

Er is een verschil van mening, 20% van de depressieve ouderen hervallen binnen de zes maanden na het stopzetten van de behandeling. Naarmate de leeftijd hoger ligt, wordt de kans groter te hervallen. De studie "Old Age Depression Interest Group" heeft in dit verband aangetoond dat over een periode van 2,5 jaar, de kans om in goede gezondheid te blijven 2,5 maal groter is bij de ouderen die een antidepressivum krijgen.
Dit wil zeggen dat de kwetsbare periode tijdens een antidepressiebehandeling en na het verkrijgen van een therapeutisch effect wordt beschreven, veel langer is bij de oudere patiënt die als dusdanig als een risicopersoon moet worden beschouwd.
In ieder geval moet de behandeling lang genoeg worden aangehouden, ook bij verbetering van de symptomen.

"RIEN N'EST PLUS DOUX A L'AME QUE DE RENDRE UNE AME MOINS TRISTE" (Verlaine)

terug naar boven

 

 

 

7. ZELFDODING BIJ OUDEREN MAG NIET UITSLUITEND GEDUID
 WORDEN ALS  EEN PSYCHIATRISCH PROBLEEM,
MAAR OOK ALS EEN ZINGEVINGSPROBLEMATIEK

 

bron: Ethische perspectieven (zie lager) - tekst- en fotolayout ouderenhart.be

"Ieder jaar wordt de levensverwachting een klein seizoen langer,
maar aan de kwaliteit van die extra levenstijd schort duidelijk iets"

"De boodschap die we ouderen meegeven,
heeft veel weg van een doodsvonnis
"

"Alleen een geleidelijke mentaliteitswijziging kan ‘ageism’
en de marginalisatie van ouderen tegengaan"


Ieder jaar wordt de gemiddelde levensverwachting van de Vlaming een klein seizoen langer, zo blijkt uit de Vlaamse Gezondheidsindicatoren. Uit dezelfde cijfers kunnen we echter opmaken dat er aan de kwaliteit van die extra levenstijd duidelijk iets schort: zowat een derde van de Vlaamse ouderen (75+) is depressief. Bovendien komt zelfdoding in absolute cijfers het meest voor bij ouderen. Zo pieken de zelfdodingscijfers bij mannen vanaf 70 jaar. Wat is er aan de hand?

Uit een gesprek van Linus Vanlaere met ouderenpsychiater Filip Bouckaert (Universitair Psychiatrisch Centrum St. Jozef Kortenberg; Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg, Brussel) blijkt dat zelfdoding bij ouderen niet uitsluitend moet worden geduid als een psychiatrisch probleem, maar ook als een zingevingsproblematiek.

Dr. Bouckaert introduceert tevens een vernieuwend denken in de ouderenzorg door te pleiten voor een integrale zorgvisie waarin ook aandacht wordt besteed aan het zingevingsaspect. Door op een andere manier naar ouderenzorg te kijken en deze zorg anders aan te pakken, kan preventief worden opgetreden ten aanzien van zelfdoding. In deze bijdrage poogt Vanlaere Bouckaerts suggesties te expliciteren en zet hij de bakens uit voor verder onderzoek.

 


Zelfdoding bij ouderen: een zingevingsproblematiek

 

Het onvermogen om zin te geven aan eindigheid en afhankelijkheid

Ouderenpsychiater Filip Bouckaert geeft aan dat depressie een belangrijk, maar onderschat gezondheidsprobleem is bij ouderen.3 Depressie is in de leeftijdscategorie van de 75-plussers niet alleen de meest voorkomende functionele psychiatrische aandoening, maar gaat er ook gepaard met een hoog risico op sterfte door zelfdoding. Oudere depressieve volwassenen, en in het bijzonder mannen, plegen meer zelfdoding dan andere leeftijdsgroepen. Bovendien is zelfdodingsgedrag bij ouderen ook ‘(...) dodelijker dan bij andere leeftijdsgroepen’, want zelfdoding wordt ‘(...) minder voorafgegaan door een poging, is gewelddadiger, minder impulsief en er is minder mogelijkheid tot redding’.4

Depressies bij ouderen ontstaan door verschillende op elkaar inwerkende factoren. Bouckaert vermeldt dat de interactie tussen lichamelijke factoren, intrapsychische factoren, relationele factoren en invloeden uit het fysieke en sociale milieu het ontstaan, verloop en de terugkeer van depressie bepalen. Zo bestaat er een onomstreden verband tussen lichamelijke aandoeningen en depressie. Tevens speelt een kwetsbare persoonlijkheid een belangrijke rol. Vooral de invloed van externe factoren op een (meer) kwetsbare persoonlijkheid, zoals het gebrek aan sociale steun en de vaak weinig stimulerende omgeving die ouderen bevestigen in een negatief zelfbeeld, kunnen worden aangeduid als oorzaken van depressie en zelfdoding. Precies dit laatste wijst op een band tussen zingeving en depressie: depressies bij ouderen ontstaan evenzeer als gevolg van het onvermogen van zowel de maatschappij als van het individu (als subject in deze maatschappij) om zin te geven aan de eindigheid en afhankelijkheid die kenmerkend zijn voor deze fase in het menselijk leven.


Gevolgen van het zingevingsdeficit voor de maatschappelijke positie
van ouderen en de ouderenzorg: ‘ageism’
ageism

Eén van de centrale idealen in onze samenleving is dat van autonomie. In deze visie hangt zingeving samen met de vrijheid die het individu heeft om het levensplan te volgen dat het best met zijn smaak of voorkeur overeenstemt.5  Zonder te suggereren dat we de verworvenheden moeten verlaten die uit de prioriteit van de waarde van autonomie voortvloeien, willen we wijzen op de nefaste gevolgen ervan voor de maatschappelijke positie van de ouderen. Zo is duidelijk dat er in het overheersende levenspatroon nauwelijks ruimte is voor het feit dat ouderen niet onafhankelijk en zelfredzaam zijn, maar eerder kwetsbaar en concreet geconfronteerd worden met eindigheid en sterfelijkheid. Ze zijn meestal in mindere of meerdere mate op de zorg van anderen aangewezen.6 De idee dat de mens onafhankelijk is en zijn leven zelf bepaalt, overheerst in onze maatschappij in die mate dat we ouderen, die niet aan dit ideaal van de ‘self-made man’ voldoen, marginaliseren en aan de rand van de samenleving plaatsen.7 Dit proces van marginalisatie van ouderen wordt aangeduid met de term ‘Ageism’.8 Vanaf het ogenblik dat ouderen niet langer de vitale, onafhankelijke, consumerende ouderen zijn in hun ‘derde leeftijd’, maar veeleer deel uitmaken van de zorgbehoevende en afhankelijke ‘vierde leeftijd’, verdwijnen deze mensen van het voorplan van de maatschappij en worden ze, via mantelzorg of opname in een Rust- en Verzorgingstehuis (RVT), aan het publieke gezichtsveld onttrokken.

De marginalisatie van ouderen blijkt allereerst uit de plaats die zij innemen binnen de gezondheidszorg zelf. Ouderen worden vooral beschouwd als object van zorg, en geassocieerd met de problemen die hiermee samenhangen. Ouderenzorg geurt naar feces en de degradatie van de oudere patiënt gaat gepaard met de degradatie van zijn zorgverlener – Bouckaert spreekt op dit vlak zelfs van een ware ‘gerontofobie’ onder de gezondheidszorgwerkers. De ‘stille zorgconsumenten’ zijn in medisch opzicht bovendien volstrekt oninteressant, want genezing – en de introductie van spectaculaire spitstechnologie hierbij – valt niet te verwachten. Op het vlak van de geestelijke gezondheidszorg resulteert dit in een ‘therapeutisch nihilisme’, de neiging om de psychische gezondheidsproblemen van oudere patiënten te minimaliseren door deze toe te schrijven aan het verouderingsproces en ze bijgevolg ook niet meer te behandelen. Met betrekking tot depressie en zelfdoding heeft dit ‘therapeutisch nihilisme’ schrijnende gevolgen. Zo blijkt uit onderzoek dat ongeveer 70% van de ouderen die suïcide pleegden in de loop van de maand voor hun dood contact had met een hulpverlener (20% op de dag zelf en 40% in de week voor hun dood). Toch werden ze minder dan jongeren doorverwezen naar psychiatrische diensten en slechts 8% van de ouderen werd adequate antidepressieve medicatie voorgeschreven.9

We willen erop wijzen dat het ‘ageism’ ook op impliciete wijze invloed heeft op het zelfdodingsgedrag bij ouderen. In het perspectief waarin het principe van respect voor autonomie als het voornaamste referentiepunt geldt, wordt het moreel aanvaardbaar geacht om ook depressieve ouderen te helpen in hun zelfdodingsplannen. Denken we maar aan ‘De Einder’, een stichting voor hulp bij zelfdoding, die in Nederland over vijftien consulenten beschikt om mensen te begeleiden in hun stappen naar de dood.10 ‘De Einder’ en dergelijke verenigingen wanen dat het getuigt van respect voor de autonomie van deze ouderen om hen in hun plannen te helpen. Zij spreken van een ‘recht op zelfdoding’ dat zou voortvloeien uit het principe van respect voor autonomie; ook ouderen beschikken volgens hen over dat recht. Naar onze mening getuigt het echter pas van respect voor de autonomie van ouderen wanneer we hen niet bevestigen in hun gevoel van zinloosheid – wat de mensen van ‘De Einder’ precies wél doen – maar wanneer we hen doen ervaren dat ze er mogen zijn, ook als zorgafhankelijke mensen, en dat ze precies in deze hoedanigheid een eigen roeping en taak hebben.11 Respect voor autonomie louter opvatten als het respecteren van de keuze van ouderen voor de dood – een keuze die geen keuze is, daar de dood in deze situatie van hopeloosheid en uitzichtloosheid het aanschijn van het leven krijgt – houdt ouderen gevangen in de zinloosheid. Respect voor autonomie van een oudere die zelfdoding overweegt, betekent dat deze persoon in zijn afweging dient te worden ondersteund, zodat ook andere alternatieven dan de dood overwogen kunnen worden – zonder dat de dood daartoe echter wordt doodgezwegen. In deze afweging ontneemt de oudere zichzelf niet de mogelijkheid om in de toekomst tot een andere beoordeling te komen. Deze steun kan enkel komen vanuit een omgeving die ouderen waarderen; anders blijven ze nergens.


Gevolgen van het zingevingsdeficit voor de geestelijke gezondheid van ouderen: depressie en zelfdoding

Door alle aandacht voor autonomie is een situatie ontstaan waarin de oudere mens zich voor zijn zingeving richt op de idealen die gelden in de tweede levensfase (de arbeidzame periode). Ouderen moeten zolang mogelijk zelfstandig blijven én onafhankelijk. Mensen ondergaan een proces van ‘narcistische identificatie’, waarbij ze zichzelf proberen te veranderen om beter te beantwoorden aan een beeld waarmee ze zich identificeren.12 Dit ideaalbeeld is overheersend dat van de autonome, zelfbepalende mens. In de narcistische identificatie met het beeld van de autonome mens, lijkt het leven alleen maar zin- en waardevol wanneer men erin slaagt om de beoogde zelftransformatie uit te voeren, en wanneer men dus zelfstandig en onafhankelijk blijft. Wanneer de ouderen zorgafhankelijk worden en het niet meer redden om zelfstandig en onafhankelijk te blijven, lopen zij het gevaar geleidelijk hun trots en eigenwaarde in te leveren en hun betrokkenheid bij het leven te verliezen.

Vaak versterkt onze zorg voor ouderen hen in hun negatieve zelfbeeld – het niet meer onafhankelijk kunnen zijn – en het daaruit voortvloeiende zin-vacuüm. Zo is de boodschap die we ouderen geven meestal: ‘Maak je nu maar geen zorgen  meer, want nu word je verzorgd’. Maar het zijn net deze zorgen waardoor ze zich engageren in een toekomst. Zich zorgen maken, doen mensen immers als ze met de toekomst bezig zijn, aldus Jacques De Visscher.13 De boodschap die we ouderen meegeven, heeft bijgevolg veel weg van een doodsvonnis. Door hen volstrekt object van zorg te maken, betrekken we hen enkel nog op een heden, een nu, en wel als muur waarop alles ten einde loopt. Hun leven verliest immers z’n bestemming als ze zich niet meer kunnen inzetten voor anderen en als ze zich tot het ondergaan van zorg en tot passiviteit veroordeeld weten. Voor deze ouderen wordt de wereld dan een vreemde omgeving die nog nauwelijks enige aandacht verdient. Als gevolg hiervan plooien ze zich in zichzelf en laten ze zich in het sterven wegzakken.14

Depressie en zelfdoding bij ouderen vindt dus een diepere oorzaak in het onvermogen van mensen om op positieve wijze om te gaan met afhankelijkheid en eindigheid. Vanuit het dominante autonome mensbeeld wordt afhankelijkheid louter negatief gewaardeerd. De heersende idee dat zin voortkomt uit de vrijheid om een eigen levensplan te verwezenlijken, creëert een zinvacuüm in het leven van afhankelijke ouderen die niet meer over de vereiste zelfbepaling beschikken en wiens leven zich daarenboven in een eindfase bevindt. Het onvermogen om een plaats te geven aan afhankelijkheid en eindigheid helpt zorgafhankelijke ouderen aan een negatief zelfbeeld, dat bovendien vaak nog eens versterkt wordt door een betuttelende ouderenzorg. In deze zorg bevestigen we immers het beeld dat ouderen hebben van zichzelf, namelijk dat ze niets meer zelf kunnen en eerder tot last zijn dan tot nut strekken. Ook in het principe van het respect voor autonomie dat vandaag ingang vindt in de ouderenzorg, wordt de zinloosheid van het zorgafhankelijke bestaan bevestigd. Autonomie wordt er immers eenzijdig gepercipieerd als keuzevrijheid (zie ‘recht op zelfdoding’ volgens ‘De Einder’), terwijl de keuzevrijheid bij zorgafhankelijke ouderen is ineengeschrompeld. Er wordt weinig of geen aandacht besteed aan hoe die keuzevrijheid kan worden vergroot door ouderen allereerst te leren omgaan met de beperkingen die eigen zijn aan het laatste stadium van hun leven.
 

Zorgethische perspectief: tegemoetkomende zorg

Een zorgethische omgang met ouderen biedt hier een waardevol perspectief. Binnen dit perspectief wordt autonomie in zorg geïntegreerd en hangen zorg en autonomie – afhankelijkheid en zelfstandigheid – samen in een dialectisch verband. Bovendien wordt het zingevingsaspect benadrukt. Zo worden ouderen vanuit een zorgethisch perspectief ertoe aangezet om de zorg voor zichzelf en de zorg voor anderen te cultiveren, precies omdat deze zorgbetrokkenheid op zichzelf en anderen zin verleent aan hun bestaan. We werken depressie en zelfdoding in de hand wanneer we ouderen opsluiten in een zorgeloos – en dus onnatuurlijk – bestaan. Daarom moeten we hen precies ondersteunen in hun zorg. Zoals De Visscher terecht stelt zal het gaan om een ‘geherbergde zorg’ die uitmondt in een ‘helpen wonen’, zodat het wonen van een zorgafhankelijke oudere toch nog steeds iets van een ‘eigen wonen’ overhoudt, hoe beperkt ook. Dit wil zeggen: met ruimte en tijd voor zorg voor zichzelf, voor anderen, voor bedrijvigheden en voor dingen.15 In plaats van een betuttelende zorg of een ‘zorg’ die de autonomie van de oudere respecteert zoals bijvoorbeeld ‘De Einder’ dit opvat – tweemaal zorg die de afhankelijkheid en de zinloosheid van de oudere bevestigt – pleiten we vanuit zorgethisch perspectief voor een ‘tegemoetkomende zorg’ die de identiteit van de oudere ondersteunt en bevestigt, zelfs als die identiteit gefragmenteerd, ontworteld of versnipperd is.

Hoe deze ‘tegemoetkomende’ zorg in praktijk kan worden gerealiseerd, illustreert Dr. Bouckaert met een aantal voorbeelden uit de praktijk.16 Door heel concrete initiatieven kunnen ouderen volgens hem de kansen krijgen om op een actieve en creatieve manier hun leven herin te richten, rekening houdend met de afhankelijkheid en de eindigheid die dit stadium in hun leven kenmerken. Een eerste soort initiatieven is gericht op de zorg van ouderen voor zichzelf, een tweede soort focust eerder op de zorg van ouderen voor anderen.
Kijken we allereerst naar de initiatieven die betrekking hebben op het ondersteunen van de zorg van ouderen voor zichzelf. Bouckaert suggereert in dit kader het opzetten van gespreksgroepen waarbij depressieve ouderen uit hun – emotioneel – isolement worden gehaald. In deze groepen leren ouderen dat ook anderen dezelfde problemen ervaren en delen zij deze. Niet alleen worden hierbij de sociale en communicatieve vaardigheden geoefend, ook ervaren ouderen in een gespreksgroep de nodige sociale steun om de beperktheden niet alleen te moeten dragen. Thema’s die gerelateerd zijn aan zingeving worden niet uit de weg gegaan. Hoe gaan ouderen om met angst voor de dood? Hoe geven zij zin aan de leegte die is ontstaan na het verlies van een partner? Wat is de rol van religie daarbij? Ook de aspecten van de zorg moeten aan bod komen. Hoe ervaren ouderen de verhuis naar een RVT en de zorg die hun daar verleend wordt? Wat is hierbij negatief, wat positief? Hoe staan zij ten opzichte van de zorgverleners? En belangrijk: hoe ervaren de zorgverleners de zorg die zij verstrekken en de manier waarop die wordt ontvangen? Bouckaert benadrukt dat dergelijke – kleine en vaste – gespreksgroepen in RVT’s ertoe kunnen leiden dat bewoners tevredener zijn met de verzorging of het huis, dat hun geestelijke gezondheid erop vooruitgaat en dat zorgconsumptie en medicatiegebruik binnen de perken blijven. Onderzoek heeft aangewezen dat vooral de factor ‘sociale steun’ die ouderen in deze gespreksgroepen ervaren, doorslaggevend is voor een betere geestelijke gezondheid.17

Bouckaert pleit verder voor initiatieven die de autonomie van de ouderen zoveel mogelijk in stand houden en versterken. Het betreft heel dagelijkse zaken die mensen stimuleren om zelf dingen te blijven doen en voor hun eigen behoeften en wensen op te komen, zoals bijvoorbeeld de tafel zetten of de was doen. Het komt er hierbij ook op aan om ouderen een voorspelbare structuur en een zekere routine te verschaffen, waardoor ze ondersteund worden om een eigen ritme vol te houden. Ook het aanbieden van faciliteiten zodat ouderen naar de kapper, de pedicure of het schoonheidssalon kunnen gaan, zijn dagelijkse zaken van zorg voor zichzelf die het zelfrespect en de eigenwaarde ondersteunen.
Een tweede soort initiatieven is gericht op het ondersteunen van de zorg van ouderen voor anderen. Belangrijk hierbij is niet alleen het in stand houden of verbreden van het sociaal netwerk van ouderen, maar vooral de zingevingsdimensie die de zorg voor anderen inhoudt. In de ervaring van het verbonden zijn met anderen ervaren mensen zin. Zorg voor anderen kan een ervaring van zelftranscendentie meebrengen, die radicaal omgekeerd is aan de eerder vermelde narcistische identificatie met een autonoom mensbeeld en de opvatting dat een leven pas zinvol is wanneer men erin slaagt om op volstrekt zelfstandige wijze z’n levensplan te verwezenlijken. Immers, in de ervaring van te kunnen zorgen voor anderen, verdwijnen de vraag naar de eigenwaarde en de bekommernis ‘heeft mijn bestaan enig belang?’ naar de achtergrond. De gedachte dat we ons leven kunnen beoordelen als een taak die we moeten volbrengen of een project dat we tot een goed einde moeten brengen, is een gedachte die haaks staat op de ervaring van zelftranscendentie in en door de zorg voor anderen.18 Het gevoel van zinloosheid bij ouderen hangt vaak samen met het gevoel volstrekt onnuttig te zijn voor anderen. Bovendien wordt dit negatieve zelfbeeld versterkt door het idee dat men niet voldoet aan het ideaalbeeld van de autonome, onafhankelijke mens. Door het cultiveren van zorgen voor anderen verdwijnt het gevoel bij ouderen dat ze onnuttig zijn en ervaren ze dat hun leven wél nog zin heeft. Ze ontlenen zin en waardigheid aan wat hen transcendeert, namelijk de andere(n) voor wie ze zorgen.

Bouckaert is ervan overtuigd dat de zorg voor anderen bij ouderen bijzonder belangrijk is om de ervaring van zin- en betekenisloosheid te bestrijden en komaf te maken met het negatieve zelfbeeld. Duidelijk is dat ouderen zorg kunnen opnemen voor elkaar, een spoor dat nog al te weinig wordt gevolgd in de ouderenzorg. Hij pleit voor een integratie van de ‘derde leeftijd’ in de zorg voor de ‘vierde leeftijd’. Deze zorg is zinverlenend in dubbele zin: de zorgbehoeftige ouderen putten kracht uit de zorgrelatie die ze met de 60-plussers hebben, en tegelijk is deze zorg voor deze laatsten een zinvolle tijdsbesteding en voelen ze zich nuttig tijdens een stadium van hun leven waarop ze de arbeidsmarkt verlaten en in een ‘zwart gat’ dreigen terecht te komen. Bouckaert is verder ook gewonnen voor het zogenaamde ‘intergenerationele’ werken met ouderen, waarbij deze opnieuw zorg opnemen voor de volgende generaties. We spreken hier van ‘opnieuw’, want de gedachte dat zorgbehoevende ouderen niet alleen object van zorg, maar tegelijk ook subject van zorg kunnen zijn, past niet in ons autonomiegerichte denken.19 Toch kunnen zorgbehoevende ouderen op een creatieve manier worden ingeschakeld in bijvoorbeeld de zorg voor jongeren en kinderen. Dat kan op een impliciete wijze door het vertellen van verhalen. Door ouderen in contact te brengen met kinderen, en deze hun levensverhaal te laten vertellen, breken zij de wereld van de kinderen open en brengen ze hun een nieuw en waardevol perspectief bij. Door het vertellen van verhalen krijgen de zorgidentiteit en de zorgrelatie die de ouderen met kinderen aangaan verder vorm.
 

Besluit

Het is duidelijk dat een efficiënt ontmoedigingsbeleid inzake zelfdoding bij ouderen verder gaat dan het afsluiten van dakterrassen en het buiten bereik houden van narcotica en dodelijke hoeveelheden geneesmiddelen; het bestaat voornamelijk in het scheppen en begunstigen van een samenleving waarin kwetsbare en bedreigde ouderen hun zelfbesef kunnen bewaren of terugvinden.20 Hierbij moet aandacht worden gegeven aan initiatieven die de zorg van ouderen voor zichzelf en voor anderen stimuleren. In deze bijdrage hebben we immers aangetoond hoe deze zorg in z’n dubbele dimensie depressie en zelfdoding op een dieper niveau – met name dat van zingeving – kan tegengaan. Er is nood aan een zorgethisch perspectief waardoor zorgafhankelijkheid positief kan worden geduid. Verder moet er een subjectivering van zorg voor ouderen plaatsvinden. Een ouderenzorg die ophoudt met ouderen te ‘infantiliseren’ door hen louter en volstrekt te beschouwen als object van zorg, maar hen integendeel ondersteunt in hun zorg voor zichzelf en voor anderen, zal ouderen destigmatiseren. Een dergelijke ouderenzorg maakt immers duidelijk dat een mensenleven ook in de laatste stadia, ondanks en zelfs dankzij zorgafhankelijkheid en het uitzicht op het sterven, zin- en waardevol kan zijn. Dit zorgperspectief moet echter van binnenuit groeien. Alleen een geleidelijke mentaliteitswijziging kan ‘ageism’ en de marginalisatie van ouderen tegengaan.


voetnoten

1. Gezondheidsindicatoren 2001, Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Entiteit Beleidsondersteuning. Zie ook http://www.wvc.Vlaanderen.be/gezondheidsindicatoren
2. Gesprek met Dr. Filip Bouckaert op 30 januari 2004.
3. F. BOUCKAERT, ‘Depressie bij ouderen: diagnostische, preventieve en therapeutische aspecten’ in Neuron 8 (2003) 6, p. 205-210.
4. F. BOUCKAERT, ‘Preventie van depressie bij bewoners en aspirant-bewoners van rust- of verzorgingstehuizen’ in Depressie en zelfmoord. 10 preventiestrategieën. Documentatiemap gezondheidsconferentie 2002, Brussel, 2002, p. 36-39.
5. A. BURMS, ‘Autonomie: het ideaal van een narcistische cultuur’ in R. BREEUER, A. BURMS, Ik/Zelf. Essays over Identiteit en Zelfbewustzijn, Leuven, 2000, p. 17-32.
6. H. MANSCHOT, ‘Kwetsbare autonomie? Over afhankelijkheid en onafhankelijkheid in de ethiek van de zorg’ in H. MANSCHOT, M. VERKERK (red.), Ethiek van de zorg. Een discussie, Amsterdam, 1994, p. 97-118.
7. J. TRONTO, Moral Bounderies. A Political Argument for an Ethic of Care, New York, 1994, p. 111 e.v.
8. E. PALMORE, Ageism: Negative and positive, New York, 1990.
9. F. BOUCKAERT, Depressie bij ouderen, p. 208.
10. T. VINK, Als de dood voor de dood? Over dood, zelfdoding en hulp bij zelfdoding, Budel, Damon, 2002.
11. L. VANLAERE, T. MEULENBERGS, Zelfdoding, een recht? in De Standaard 15 juli 2002.
12. A. BURMS, R. BREEUER, ‘Het ware zelf’ in R. BREEUER, A. BURMS, Ik/Zelf. Essays over Identiteit en Zelfbewustzijn, Leuven, 2000, p. 1-15.
13. J. DE VISSCHER, ‘Zorg dragen. Alledaags en onalledaags’ in Tijdschrift voor Welzijnswerk 27 (2003) 255, p. 5-10.
14. L. VANLAERE, ‘Tegemoetkomende zorg’ in Bejaardenzorg (2004) nr. 179, p. 8-10.
15. J. DE VISSCHER, o.c., p. 9-10.
16. Gesprek met Dr. Filip Bouckaert, 30 januari 2004.
17. F. BOUCKAERT, ‘Preventie van depressie bij bewoners en aspirant-bewoners van rust- of verzorgingstehuizen’, a.c., p. 38.
18. A. BURMS, R.BRUEEUR, a.c., p. 9 e.v.
19. K. LINDEMANN, ‘The ethics of receiving’ in Theoretical Medicine 24 (2003), p. 501-509.
20. H. M. KUITERT, Suicide: wat is er tegen? Zelfdoding in moreel perspectief, Baarn, 1983, p. 157.


 

 

bron:

Ethische perspectieven nr. 14 (2004) 1, p. 76-81
het driemaandelijks tijdschrift van het Overlegcentrum voor Ethiek
download artikel in pdf op deze site
 

 

terug naar boven

 

8. SPEKKEN ANTIDEPRESSIVA VOORAL MILJARDENOMZET
 VAN FARMACEUTISCHE INDUSTRIE?

 

 

Bij lichte en matige depressie is persoonlijke
aandacht en een goed gesprek net zo
 effectief als een antidepressivum

reportage Zembla - 21/09/2008
 

Get Microsoft Silverlight
Bekijk de video in andere formaten.

(het bekijken van deze reportage vereist de gratis installatie
van de player Silverlight van Microsoft)

In Nederland slikken bijna 1 miljoen mensen antidepressiva. De laatste jaren is uit meerdere onderzoeken gebleken dat veel mensen met een lichte of matige depressie de pillen helemaal niet nodig hebben. Artsen weten dit wel, maar schreven het afgelopen jaar toch meer dan 6 miljoen recepten uit.
Ze hebben vaak geen tijd voor een goed gesprek met de patiënt, terwijl dat volgens deskundigen voor depressieve mensen de oplossing zou kunnen zijn. De deskundigen zeggen dat voor veel mensen de depressie na een paar maanden ook vanzelf overgaat. De nieuwe antidepressiva zijn niet de wondermiddelen waarvoor ze twintig jaar geleden werden aangezien.
De bijwerkingen kunnen ernstig zijn, ze doen niet altijd wat ze beloven en soms treden er na het stoppen of minderen met de pillen ontwenningsverschijnselen op.

Chemisch
De meeste mensen denken dat depressie wordt veroorzaakt door een tekort aan de stof serotonine in de hersenen. En dat met antidepressiva het chemische tekort in ons hersenen wordt hersteld. “Dit klopt niet”, zegt professor D. Healy in ZEMBLA. “Uit onderzoeken naar depressieve mensen blijkt dat er geen enkel bewijs is dat er iets mis is met het serotonine niveau in hun hersenen”. Aan de Universiteit van Cardiff in Wales doet Professor Healy al jaren onderzoek naar de werking van antidepressiva en de rol die de industrie speelt bij het feit dat deze pillen zo massaal voorgeschreven worden. "Dat velen het serotonine verhaal intussen toch als waarheid aannemen is vooral goede marketing van de farma industrie", zegt Healy. "Want dan is de oplossing voor een depressie opeens een pil. Alsof het vitamientjes zijn."

Weinig effect
Dit jaar nog is er een groot internationaal onderzoek gepubliceerd waarin de meest antidepressiva onder de loep worden genomen. De conclusie van de onderzoekers is, dat de pillen het nauwelijks beter doen dan placebo’s, neppillen. Alleen bij heel ernstig depressieve mensen lijken ze effect te hebben.
Volgens oud-huisarts en nu hoogleraar aan VU Ivan Wolffers kunnen huisartsen geen goed onderscheid maken of mensen licht, matig of zwaar depressief zijn. Volgens Wolffers schrijven huisartsen antidepressiva daardoor te snel voor. “Het is echt bizar hoeveel mensen tegenwoordig een antidepressivum krijgen”.
In deze reportage van Zembla vertellen twee patiënten over hun antidepressiva-gebruik.
De heer B. Drost zat in het management team van een middelgroot bedrijf en werkte daar met veel plezier. Desondanks kreeg hij een burnout en werd depressief. Zijn huisarts schreef antidepressiva voor om hem uit het donkere gat te halen. Hij kreeg last van bijwerkingen en raakte nog dieper in de put. ”Op een gegeven moment was ik een zombie. Ik vlakte helemaal af. Ik was mezelf niet meer”.
Mevrouw I. de Graaf slikt al dertien jaar antidepressiva. Ze zou willen stoppen maar het lukt haar niet. “Ik heb al een aantal keren geprobeerd om ermee te stoppen. Dat ging fout. Ik dacht dat de depressie terug kwam. Ik wist niet dat je last kon krijgen van ontwenningsverschijnselen”.

Samenstelling en regie: Nicolien Herblot - Research: Sinan Can - Eindredactie: Kees Driehuis

terug naar boven

 

9. PERSBERICHTEN

 

 

 

Depressieve ouderen
krijgen vaker hartaanval
bron: Nederlandse VU medisch centrum in Amsterdam - dagblad Het Laatste Nieuws - 12/10/2008
 

Ouderen met een depressie lopen een ruim twee keer zo hoog risico om een hartaanval te krijgen dan leeftijdgenoten die niet depressief zijn. Dat geldt ook voor mensen die op het eerste gezicht gezond zijn. Huisartsen en psychiaters zouden daarom meer aandacht moeten hebben voor de lichamelijke gesteldheid van hun depressieve patiënten. Dat blijkt uit een onderzoek aan het Nederlandse VU medisch centrum in Amsterdam bij 2.400 55-plussers.

Depressieve patiënten hebben een hogere kans om andere lichamelijke verstoringen te krijgen. Zo hebben ze ruim twee keer zo vaak een overactieve afweer. Dat kan leiden tot een verhoogde kans op hart- en vaatziekten en dementie.

Hartaandoeningen
Verder hebben ouderen met een depressie zowel verhoogde als verlaagde cortisolwaarden of stresshormoonwaarden. Dat is opmerkelijk, want deskundigen dachten tot nu toe dat een teveel aan cortisol psychiatrische stoornissen veroorzaakt.

Circa een op de vijf 60-plussers heeft een aandoening aan het hart. Tussen de 10 en 15 procent van de ouderen heeft last van depressies. (belga/svm)

 

terug naar boven

 

 

Vervotte maakt geld vrij
voor psychologen in rusthuizen

depressie meest voorkomende aandoening bij 75-pussers
bron: De Standaard - 29/09/2006

BELGA BRUSSEL - Vlaams minister van Welzijn Inge Vervotte trekt 175.000 euro uit om via proefprojecten psychologen in te zetten in rusthuizen. Eén op de vijf rusthuisbewoners vertoont depressieve symptomen, één op de tien maakt een ernstige depressie door. Bij 75-plussers is de meest voorkomende aandoening depressie. Voor de zorgverleners in de rusthuizen is het vaak moeilijk om de juiste diagnose te stellen. Ouderen zijn ook een moeilijk te bereiken groep voor de Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg, onder meer omdat de bejaarden minder mobiel zijn. Bij de proefprojecten zal nu een psycholoog of psychiater naar het rusthuis komen als de arts in het rusthuis daarom vraagt. Die stelt dan een diagnose en geeft advies aan de arts en zorgverleners. (dwm)

 

terug naar boven

 

 

Meer aandacht nodig voor
levensmoeheid van ouderen

nog groot taboe in rusthuizen
bron: De Standaard - 17/12/2004 - redactrice Veerle Beel


BRUSSEL — Er zijn te weinig preventie-initiatieven die zelfdoding bij ouderen proberen te voorkomen. Dat zegt de SP.a-senator Christel Geerts. De eerstelijnszorg en hulpverlening moeten volgens haar meer attent zijn voor signalen van levensmoeheid bij die doelgroep.

In Vlaanderen maakt om de zeven uur iemand een eind aan zijn leven. Het gaat om zowat duizend mensen per jaar, van wie een meerderheid mannen. In absolute cijfers is het een probleem dat zich vooral onder jonge mensen voordoet. In de leeftijdsgroep tussen 30 en 40 jaar is het de meest voorkomende oorzaak van overlijden. En zonder het verkeer zou dat ook het geval zijn bij de twintigers.

Die cijfers verdoezelen een ander nijpend probleem. Het gaat erom dat, proportioneel gezien, bejaarden vaker hun toevlucht tot zelfdoding nemen. Vooral bij mannen vanaf 75 stijgt het aandeel zelfdodingen in de sterftecijfers enorm. Dat is te zien op de bijgevoegde grafiek.

,,In het circuit van de professionele hulpverlening is dit een bekend fenomeen’’, zegt de SP.A-senator Christel Geerts. ,,Maar in brede kring is het te weinig bekend. Iedereen weet dat zelfdoding een toenemend probleem bij jonge mensen is. In de federale regeringsverklaring staat preventie van zelfdoding bij jongeren als specifieke beleidsdoelstelling. Het probleem wordt niet met ouderen in verband gebracht. In het licht van de toenemende vergrijzing is dat jammer, want als het aantal ouderen in de samenleving toeneemt, zal het probleem daar ook steeds scherper zichtbaar worden.’’

Geerts heeft samen met haar SP.A-collega Staf Nimmegeers het initiatief voor een studienamiddag genomen, die vandaag plaatsvindt. Zelf gaat ze enkele beleidsopties naar voren schuiven. ,,Ik heb gegrasduind in de binnen- en buitenlandse literatuur over het onderwerp. Daaruit blijkt dat ouderen die zelfmoord plegen niet per se een geïsoleerd en eenzaam bestaan hebben geleid. De meerderheid onder hen heeft in de maand die aan hun overlijden voorafgaat nog een hulpverlener gezien. Misschien hebben ze niet over hun zelfdodingsgedachten gesproken, maar ze hadden wel een klacht.’’

,,We moeten de eerstelijnszorg aanmoedigen om daar meer aandacht voor te hebben. Blijkbaar vindt men een bejaarde die wat somber is, niet verontrustend. Of men denkt dat een gebrek aan eetlust bij het ouder worden hoort. Als een jongere zo’n klacht heeft, zou men sneller schrikken en actie ondernemen.’’

Een ander voorstel dat ze op de agenda wil plaatsen, is een betere begeleiding van bejaarden die uit het ziekenhuis worden ontslagen na een mislukte zelfmoordpoging. ,,Er bestaan proefprojecten met een ‘overlevingskaart’ die wordt meegegeven, waarop men adressen van hulpverlening vindt. Men moet er attent voor zijn dat die kaart niet vol internetadressen staat, maar toegankelijk blijft voor ouderen zonder computerervaring.’’

 NOG GROOT TABOE IN RUSTHUIZEN

Wie ontbreekt op de bijeenkomst van deze namiddag, zijn vertegenwoordigers van de rusthuissector. Geerts: ,,Ik heb wel contact gehad met verpleegkundigen die erkennen dat het probleem ook bij hen bestaat. Maar er zijn er maar weinig die er openlijk over durven te praten. Ze zijn bang dat ze ervan beschuldigd zouden worden hun instelling in een negatief daglicht te plaatsen.’’

,,Nochtans komt het ook in rusthuizen voor, maar het blijft er voorlopig een groot taboe. Er is nog werk aan de winkel.’’

Vandaag tussen 12 u.30 en 16 u.30 in de Senaat, zaal M, Wetstraat 8, 1000 Brussel.

 

terug naar boven

 

 

Depressie drijft bejaarde tot zelfmoord

bejaarden in rusthuizen kampen vaak met depressies
bron: De Standaard - 16/08/2003 - Tom Ysebaert


PREVENTIEPLAN MAAKT HULPVERLENERS ATTENT — BRUSSEL --  Bejaarden in rusthuizen kampen vaak met depressies. Daardoor liggen de zelfdodingscijfers ook zo hoog. Dat is de conclusie van een studie in vier rust- en verzorgingstehuizen. De Vlaamse overheid werkt een actieplan voor preventie van zelfmoord dat onder meer de beroepsmensen uit de bejaardenzorg attent wil maken op tekenen van depressie.

Verpleegkundige Miet Vermeiren deed voor haar licentiaatsverhandeling medisch-sociale wetenschappen een onderzoek in vier Antwerpse rust- en verzorgingstehuizen (RVT's). Het christelijk opinieblad Tertio publiceerde zopas de resultaten. Meer dan de helft van de bejaarden (51,7 procent) voelt zich wanhopig en 36,7 procent is zelfs ronduit depressief. Deze cijfers zijn voor Vermeiren alarmerend omdat depressie de belangrijkste reden is voor bejaarden om een einde aan hun leven te maken.

Zelfdoding piekt vooral bij mannen ouder dan 75. Daar klimt het cijfer naar bijna 100 gevallen per 100.000 inwoners. Zeker niet-gehuwden behoren tot een risicogroep. Bij vrouwen zijn het precies de gehuwden die het vaakst zelfmoord plegen.

Vermeiren bestrijdt de heersende lakse houding tegenover zelfdoding bij senioren en vraagt dat depressie wordt opgespoord en behandeld.

Dat is ook de mening van dokter Peter Hooft, wetenschappelijk coördinator van de administratie gezondheidszorg van de Vlaamse Gemeenschap. In december vorig jaar kwamen wetenschappers met strategieën voor de aanpak van depressies en zelfmoord. Zij stelden de overheid een streefdoel voor om tegen 2010 het aantal zelfdodingen met acht procent terug te dringen.

Dokter Hooft kondigt aan dat er een pakket maatregelen in de maak is dat, afhankelijk van parlementaire goedkeuring en van beschikbaar budget, in 2004 zou uitgevoerd worden.

,,De maatregelen zullen zeker drie hoofdstukken bevatten'', zegt Hooft, ,,Een eerste is een project om beroepsmensen uit de bejaardenzorg meer attent te maken op tekenen van depressie. Te vaak wordt dat nog met beginnende dementie verward. We zien dat bejaarden die naar een rustoord verhuizen helemaal ontregeld zijn en depressief worden. Zij kunnen geholpen worden, zowel met medicijnen als met begeleiding.''

De twee andere klemtonen van het pakket zijn een project rond mediaverslaggeving over zelfdoding en een bijzondere aanpak van de recidiverende depressielijders.

De hoge zelfmoordcijfers onder ouderen zijn niet nieuw. Ze tekenen zich al tientallen jaren af. De stijgende trend zit meer bij dertigers en veertigers. Ons land heeft de trieste eer aan de Europese top te staan. In Vlaanderen pleegden in 2000 1.174 mensen officieel zelfmoord.

 

terug naar boven

 

 

Koning vraagt aandacht voor zelfmoord
en geweld tegen bejaarden

jaarlijks plegen 2000 mensen in België zelfmoord
bron: De Standaard - 28/01/2003


BRUSSEL -
Koning Albert heeft vanmorgen in zijn toespraak tot de overheden van het land bijzondere aandacht gevraagd voor de problematiek van de zelfmoord, de mishandeling van bejaarden en het partnergeweld. Naast een strijd op gerechtelijk vlak is er ook nood aan efficiënte preventie.

Jaarlijks plegen 2.000 mensen in België zelfmoord. Dat aantal overtreft de 1.400 verkeersdoden, merkt de vorst op. Gezien het onnoemelijk leed dat elke zelfdoding impliceert, lijkt het hem ,,werkelijk onontbeerlijk een doeltreffende inspanning op gang te brengen'' om het aantal zelfmoorden drastisch te doen dalen.

Koning Albert verwees naar de aanbevelingen van de Vlaamse gezondheidsconferentie en vroeg meer middelen voor organisaties zoals Tele Onthaal.

De koning belichtte daarnaast ook de problematiek van mishandeling van bejaarden door familie of kennissen. Uit onderzoek blijkt dat één bejaarde op acht te lijden heeft onder deze vorm van geweld.

Inzake partnergeweld tegen vrouwen moet volgens hem de preventie versterkt worden. De geweldenaars dienen ervan bewust te worden dat die daden niet ongestraft kunnen blijven.

Koning Albert zei nog dat het eerste rapport over geweld en gezondheid dat de Wereldgezondheidsorganisatie in oktober te Brussel voorstelde een uitstekend actieplan aanreikt in het nationaal en internationaal streven naar geweldbeheersing.

 

terug naar boven

 

 

Zelfmoord is nooit normaal
jaarlijks plegen 2000 mensen in België zelfmoord
bron: De Standaard - 18/10/2001 -
Isa Van Dorsselaer


Als opa klaagt dat zijn leven lang genoeg is geweest, is dat een signaal. Hij denkt aan zelfmoord. Maar de omgeving laat het vaak voorbijgaan. ,,Ach, opa zit wel eens in de put. Dat opa depressief is en kan worden behandeld, dringt niet altijd door.''

Bij mannen pieken de zelfmoordcijfers vanaf zeventig jaar, zeggen de Vlaamse Gezondheidsindicatoren (DS 17 oktober).

Waarom plegen bejaarde mannen meer zelfmoord? Een oorzaak die alles verklaart, bestaat niet. En wetenschappelijk onderzoek hierover staat in Vlaanderen in de kinderschoenen. De Vlaamse minister van Welzijn, Mieke Vogels, kende in het licht van de onrustwekkende cijfers een subsidie van 10 miljoen frank toe aan de Eenheid voor Zelfmoordonderzoek van het Gents Universitair Ziekenhuis.

De onderzoekers moeten de preventie van zelfmoord in Vlaanderen op een wetenschappelijke basis stoelen. Ondertussen kunnen onderzoekers, therapeuten en zelfmoordconsulenten uit hun eigen ervaring wel enkele factoren ter verklaring naar voren schuiven.

Er is het gevoel van verlies. Van de partner, een kind, een vriend, maar ook het verlies van inkomen, van gezondheid, lichamelijke mogelijkheden en vaardigheden. Je moet plots verteren dat anderen je wassen, kleden, naar het toilet helpen.

,,Veel bejaarden hebben heimwee'', zegt Wendy Serrasis van het Centrum voor Zelfmoordpreventie, waar ze aan de noodtelefoon zit. ,,Heimwee naar vroeger, naar de wereld die ze kenden. Ze voelen zich vervreemd van een samenleving met normen die niet de hunne zijn, of die er niet zijn. Ze voelen zich niet meer belangrijk.''

Velen zijn eenzaam en geïsoleerd. Steeds meer bejaarden leven alleen na de dood van de partner in plaats van bij de kinderen in te trekken, of ze gaan naar een rusthuis. ,,Als ze zich slecht voelen, hebben ze niemand om te praten over wat hen dwars zit.'' Ze hebben geen hoop. Ze denken vaker aan de dood, omdat ze er minder ver af staan. De stap naar zelfmoord is voor een 71-jarige kleiner dan voor een zeventienjarige.

Driekwart van de bejaarde zelfdoders is depressief. Zeventigplussers zijn over het algemeen niet depressiever dan andere leeftijden. Depressie komt wel veel meer voor bij enkele risicogroepen: bejaarden in rusthuizen of met zware lichamelijke klachten bijvoorbeeld.

Maar depressie bij bejaarden wordt vaak niet herkend. Ja, opa klaagt wel dat hij de kinderen niet tot last wil zijn, dat het leven wel lang genoeg is geweest. ,,De omgeving -- familie, huisarts, rusthuispersoneel -- vindt het normaal dat bejaarden in de put zitten. Redenen genoeg, denken ze'', zegt Gwendolyn Portzky van de Eenheid Zelfmoordonderzoek van het Gents Universitair Ziekenhuis.

Dat opa een depressie heeft die kan worden behandeld, dringt niet door. De klachten uiten zich vaak ook lichamelijker dan bij jongeren. En zelf stappen ze niet zomaar naar een psycholoog. ,,De drempel is voor deze generatie hoog. Vooral voor mannen. En vrouwen vragen altijd sneller hulp. Ze praten makkelijker over hun emoties. Ze geven sneller toe dat er iets schort.''

Dat is de enige verklaring die de ondervraagde specialisten konden geven voor het opmerkelijk verschil in de zelfmoordcijfers tussen vrouwelijke en mannelijke zeventigplussers: door erover te praten, zouden vrouwen sneller behandeld worden. Na de dood van een partner zouden ze ook beter de draad weer oppikken. Mannen, zeker de generatie die volgens het oude rollenpatroon leefde, zouden meer ontredderd zijn.

Er is ook een biologische verklaring: serotonine, de stof in de hersenen die weerstand biedt tegen zelfmoordneigingen, vermindert bij het ouder worden bij mannen meer dan bij vrouwen. ,,Maar bij vrouwen is er ook een stijging in de zelfmoorden, die nu gemaskeerd wordt door het hoge cijfer bij de mannen'', zegt Portzky. ,,Zelfmoord is een combinatie van factoren: sommige kennen we, andere niet. Maar de kwaliteit van het leven speelt bij zeventigplussers een erg grote rol.''

Opvallend is voorts dat bejaarden vaak traag zelfmoord plegen, zodat het door de omgeving niet herkend wordt. Ze nemen hun medicatie niet. Ze hongeren zich uit of ze lopen bewust te licht gekleed en te lang in de vriesregen, en sterven dan aan een longontsteking.

In welke mate zelfmoord soms een verkapte vorm van euthanasie is, kunnen de cijfers niet meten. Uit een vergelijking met Nederland blijkt dat het zelfmoordcijfer voor zeventigplussers daar meer dan dubbel zo laag is als dat in Vlaanderen -- Nederland heeft een wettelijke regeling voor euthanasie. Maar uit onderzoek blijkt dat de groep zelfdoders en die van mensen die voor euthanasie kozen, nauwelijks overlapt.

Sommigen vinden de kwaliteit van hun leven niet meer je dat, ze weten dat ze statistisch niet zo lang meer te leven hebben en ze kiezen liever zelf het moment waarop ze gaan. Door de medische wetenschap leven we langer, maar niet iedereen aanvaardt de manier waarop ze dat soms moeten doen.

Zelfmoord is bij bejaarden ook moeilijker uit het hoofd te praten, meent Gwendolyn Portzky, omdat de realiteit is wat ze is. Sommigen zijn heel eenzaam en ziek, ze hebben geen heel leven meer voor de boeg. Luisteren en begrip tonen helpt. ,,En we geven ze perspectief'', zegt therapeut Dirk Van Geel. ,,Mensen, activiteiten waar ze niet meteen aan denken. Hun kleinkinderen. Het is toch niet dat je niets meer hebt als je 75 bent.''

Maar er zitten grote gaten in de hulpverlening, zegt Van Geel. ,,Er is weinig belangstelling om zich in deze groep te specialiseren.'' Ook de preventie is in hetzelfde bedje ziek, zegt Gwendolyn Portzky.

Het project zelfmoordpreventie Vlaanderen in de Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg is volop bezig met vormingen voor huisartsen, politiediensten en ziekenhuizen. Voor andere categorieën zijn er pas later middelen. ,,Maar er moet dringend opleiding komen voor thuisverzorgsters, bejaardenhelpsters en voor personeel in rusthuizen'', zegt Portzky. ,,De cijfers voor ouderen zijn zeer hoog. En toch is daar minder aandacht voor. Alsof het 'normaler' is als iemand van zeventig een eind maakt aan het leven.''


Centrum voor zelfmoordpreventie, noodnummer: 02-649.95.55

 

terug naar boven

 

10. LINKS

 

Kleur je Leven
Een online cursus cursus 'Kleur je Leven' voor mensen
die individueel hun sombere gevoelens willen aanpakken.
www.kleurjeleven.nl

UilenSpiegel
Patiëntenvertegenwoordiging Geestelijke
Gezondheidszorg Vlaanderen
tel.: 02-539 39 25.
www.depressie.be

Spreekuur Thuis
(patiëntenplatform van Nederland)
www.spreekuurthuis.nl

Suïcidepreventie Limburg
www.suicidepreventielimburg.be

VDIP - Vroege Detectie & Interventie Psychose
(informatie vooral voor hulpverleners)
www.vroegdetectie.be

Werkgroep Verder
voor nabestaanden na zelfdoding
www.werkgroepverder.be

Zelfhulp bij depressie, burnout en overspannenheid
Willem van de Sanden, gezondheidszorgpsycholoog
http://web.inter.nl.net/hcc/codemas/

Federatie van Simileskringen
Vereniging van familieleden en vrienden
van personen met psychiatrische problemen
tel.: 016-23 23 82
www.similes.org

Preventio
Samen zelfdoding voorkomen
www.preventio.be

Zelfmoordlijn + Chat

www.zelfmoordpreventie.be

Suicide.org (Engelstalig)
(Prevention, Awareness, and Support)
http://suicide.org

startpagina depressie (BE)
http://depressie.start.be

voordracht van ouderenpsychiater
dr. Filip Bouckaert

terug naar boven

 

 

 

 

deodata.be  -  juridisch

free hit 
counters